Teksten TEKSTEN
Beperkt
Breekbaar
Dagdromen en nachtgedachten
Drakeliedje
Drank
Gelukkig maar!
Het goede leven
Ik moet geluk hebben gehad
Herinneringen aan het derde dingenschrift
Hij zou een held kunnen zijn
Koffiezetapparaat
Ik Zoek Je
Mads
Man en Moes
Oud is nieuw
Overal
Overpeinzing
Perfect
Rozen
Sneeuw
Spaar Me
Tevreden
Stom konijn
Vaarwel, mijn oude
Valse hond
Verstomd
Vorst
Vluchten
De vrouw en de maan
Wat zal men doen?
Woest aantrekkelijk
Zonderbuik


Het goede leven

Er zijn orkanen die genadeloos te keer gaan
enkel rafels maken, schaduw werpen, chaos scheppen
maken dat we dagen tellen, vragen stellen
en jij weet dat
jij bent mijn tegenover
jij helpt mij overleven

Waar de korenbloemen bloeien in augustus
waar de appelbomen bloeien in het gras
daar waait de wind een beetje
en maakt de zon een mooie dag
daar breng jij het goede leven
daar breng je mij het goede leven

Er is de zon die onverbiddelijk het groen verdort
de aarde uitdroogt, barsten maakt, de dagen inkort
maakt dat wij het vechten haast vergeten
maar jij weet dat
jij bent mijn tegenover
jij helpt mij overleven

Waar de korenbloemen bloeien in augustus
waar de appelbomen bloeien in het gras
daar waait de wind een beetje
en maakt de zon een mooie dag
daar breng jij het goede leven
daar breng jij het goede leven
daar breng je mij het goede leven

Mads

Ga maar, ja ga maar, en treuzel maar niet bij de deur, niet om mij
ja, de hond moet nog uit en ik zorg wel voor eten
als we gaan waar we gaan is het hoe het moet zijn

Zoals Mads danst, zoals Mads danst
met z'n hoofd in de wolken
met z'n voeten precies waar die moeten zijn
zo gaan wij, als dat lukt, zo gaan wij

Blijf maar, ja blijf maar, je weet dat je goed zit hier, hier op de bank
en de hond is al uit geweest, hier is je eten
doe een pas op de plaats als je weet dat dat kan

Zoals Mads danst, zoals Mads danst
met z'n hoofd in de wolken
met z'n voeten precies waar die moeten zijn
zo gaan wij, als dat lukt, zo gaan wij

Het is eenvoudig, kijk op en zeg ja
want je voeten zijn sneller dan jij
ja, kijk op en zeg ja, waar je dromen je leiden
daar kunnen wij met onze hoofden niet bij

Speel maar, ja speel maar, de dingen gaan toch anders dan je verwacht
ja, de hond moet soms uit en we moeten soms eten
maar het leven is simpel dus leef je maar uit

Zoals Mads danst, zoals Mads danst
met z'n hoofd in de wolken
met z'n voeten precies waar die moeten zijn
zo gaan wij, als dat lukt, zo gaan wij

De vrouw en de maan

O ja wij weten van de maan
en hoe dichtbij.
Van het gezicht dat steeds naar ons gekeerd
het waken in de nacht.

Het meer, tot minder
het minder, tot meer.

O ja wij weten van de maan
en hoe ver weg.
Van de krankzinnigheid steeds weer alleen te zijn
en ongenaakbaar.

Het geven, nemen
het nemen, geven.

O ja wij weten van de maan
en van de vrouw,
ook die.

-

O ja wij weten van de vrouw
en van de maan.

Overpeinzing (afgelopen donderdagavond na de storm)

Als de storm is uitgeraasd
dan ruikt het zo
naar dennen
en naar rotte grond
naar zolder
dingen uit het schuurtje
seks

naar alles wat te lang zat
opgesloten
waar de bast van is gebroken
wat dan vrijelijk kan stromen

langzaam, naakt

Hij zou een held kunnen zijn

Hij verscheen op een dag in de avondzon
Niets vermoedend wat voor avontuur er toen begon
Als een engel stond hij in het schemerlicht
Snoof de boslucht op met z'n ogen dicht

Met z'n broek op z'n knieën en z'n ogen uitgestoken
Met z'n dyscalculitis en maar roken-roken-roken
Met z'n pik naar de vrouwen, zijn asperge gebroken
In de stromende regen, in een caravan gedoken
Oe-oe-oe

In het dorp gaat al snel een merkwaardig gerucht
De jongen neemt zijn intrek in de open lucht
En ook al is hij nog niet mondiaal beroemd en berucht
Al snel was hij bekend in het hele gehucht

Met z'n broek op z'n knieën en z'n ogen uitgestoken
Met z'n dyscalculitis en maar roken-roken-roken
Met z'n pik naar de vrouwen, zijn asperge gebroken
In de stromende regen, in een caravan gedoken
Oe-oe-oe

De jongen zwoegt hard en naar men nu verwacht
Vertelt hij zijn verhaal nog deze midzomernacht
En als een held zal hij vertrekken in de ochtendzon
Werpt zijn schaduw vast vooruit naar de horizon
Oe-oe-oe

Met z'n broek op z'n knieën en z'n ogen uitgestoken
Met z'n dyscalculitis en maar roken-roken-roken
Met z'n pik naar de vrouwen, zijn asperge gebroken
In de stromende regen, in een caravan gedoken
Oe-oe-oe

Twee solo's in oktober

Op contrabas

Wie maandag met zichzelf aankomt.
Het bed drie nachten onbeslapen.
Nagels kleverige randjes. Weet.
Wat komen wil gaat.
Wat kwetsbaar - teer en toch.
Wat moedig - of een ander woord
dat kwaad laat - stand houdt
tot kapot.

Op saxofoon

Wie maandag graag gedreven werkt.
Verwarming ruist als surrogaat.
Groene thee gezet. Gelezen.
Herlezen. Weggedacht.
Afwas af - blijft op.
Wiebeling - of een ander woord
dat omslag wacht - verstilt
tijd stijf.

Recht en Krom

Krom murmelt stille ondertonen
een nonet - waar recht op loopt
met frisse pas en canvas tas
Krom schuifelt kriskras door elkaar
en morst wat korte woorden op de grond
als 'zonde', 'ach', 'wat nu' en 'o wat naar'
Recht denkt aan eieren op straat
en aan tomaten overreden door een fiets
- Krom denkt liever niets

Recht fluit een loflied aan de zon
De wolken vallen stuk voor stuk uiteen
telkens op een rug van krom 'welja' klinkt het en
'het geluk is nooit eens met de krommen'
Dan stopt het lied, de pas vertraagt
de canvastas verdwijnt omlaag
net als het hoofd van recht dat vraagt
'hé, zei daar iemand iets?'

Dat krom verstomt was ongehoord
Nooit eerder ook werd krom gestoord
Beduust deinst krom wat terug
en veegt wat woorden van de grond
Recht recht de rug en pakt de tas
dacht even dat daar iemand was
neemt frisse pas, gaat er vandoor
De stille ondertonen vormen langzaam weer een koor

Voor de dame in het roze

Treed aan, blikken bende, treed aan!
Stroopsoldaatjes, schoenpoetssmeer
Fanfaar de straten op en neer
Trommeltjes met katjesdrop
Ga roffelend de daken op
Verdrijf het piepend plet-anijs
Sus kraak noch smakend kindgekrijs
Treed aan en toeter, tot het STOPT!

Dan blaast er een mooi walsje voor
de dame in het roze
Heel even is het suikerfeetje blij
Maar dan krijst ze er weer bij!

Val aan, bange bende, val aan!
Tandenstokers, sokkenvlos
Tambourmaître er op los
Mier, mierzoete suikerspin
Kruip kieren door en wiegjes in
Verstom de ferme babytaal
Het krijsende anijsgemaal
Val aan, en toeter tot het STOPT!

Dan schalt er een mazurka voor
de mollige prinses
Heel even is het lollypopje stil
Maar dan geeft ze weer een gil!

Treed aan, beste bende, treed aan!
Lege blikken ledervet
We maken rechtsomkeert naar bed
Ooievaars met vogelpest
De daken af en naar je nest
Al leek de Ruyter steeds gestopt
Het speenvarken heeft ons gefopt
We gaan, en sterken eerst weer aan!

De stoet toetert in driekwart op
zijn laatste kracht naar huis
Zij stopt weer, onze dame in het roze
Maar dan gaat ze ook weer loos.

Tevreden

Er loopt een man over straat.
Zijn botten zijn oud, maar dat weet hij zelf niet.
Zijn rug licht gebogen, de blik in zijn ogen,
zo rustig, maar toch energiek.

De man kent het wachten niet, kent slechts het zitten.
kent de snelheid niet, kent niet de haast.
De man kent het lopen wel, maar kent de tijd niet, kent de tijd niet
kent de tijd niet, kent de tijd die hem verslijt niet.

De man heeft zijn blik opgericht.
Zijn rug is wat rechter, al weet hij dat niet.
Er wordt niet gebeden, hij is al tevreden
als hij een paar vogeltjes ziet.

Er schuift een wolk voor de zon.
Het wordt ietsjes kouder, al merkt hij dat niet.
De man zit te dromen, want hoog in de bomen,
daar zingen de vogels hun lied.

De man kent het wachten niet, kent slechts het zitten.
kent de snelheid niet, kent niet de haast.
De man kent het lopen wel, maar kent de tijd niet, kent de tijd niet.
kent de tijd niet, kent de tijd die hem verslijt niet.

Voor hij slaapt pakt hij een deken
voelt de warmte dicht op zijn huid.
voor hij sterft roept hij zijn vrienden
en hij nodigt ze samen nog een keer uit en

hij kijkt ze stuk voor stuk aan.
Het is voor het laatst, maar dat weet hij zelf niet.
Zijn vrienden zijn stil, weten niet wat hij wil,
maar de man lacht hardop en geniet.

De man kent de angsten niet, kent slechts het lachen.
kent verlangens niet, kent niet de wens.
De man kent de aandacht wel, maar het verdriet niet, kent de dag niet,
kent de dag niet!
Kende de dag die hem verliet niet.

Stom Konijn

de nerts is dood - houdt zich groot
schudt zijn hoofd op mechaniek
die buizerd daar - ook dood, welja
krijst en wappert energiek

iiiiiiiek iiiiiiiek
kraaaah kraaaaah
het schaap - dood - knikkebolt - dzzz dzzz
haar ogen gloeiend rood - pling

hee, kijk daar, in die wieg
wat ligt daar nou kijk z'n oogjes zijn groen - plong
achos, een hert - achgut, wat lief
het trilt aandoenlijk en naief - rammel rammel

maar dat konijn, zou dat stuk zijn
zit daar maar saai en stil op het stro
geen geluid geen beweging
waar is de stekker
huh beweegt ie daar nou?
't zal toch niet waar zijn...
nee dat kan toch niet zijn?
dat is toch niet... ja, neh
huh...?
wat een stom konijn! - plong

Overal (Hier is Daar)

Zacht verglijden beelden en wordt dit een Pools hotel
Dat het zo vertrouwd is hier verbaast ons ook nog wel
Maar langzaam went zelfs dat en buiten gaan de lampen uit
We horen hoe een Poolse man zijn Poolse kroeg afsluit
We draaien wat en kruipen warmpjes tegen elkaar aan
We slapen tot we 's morgens weer eens op willen staan...

Buiten is nu Frankrijk en we hebben alle tijd
De zon schijnt op de huizen en we nemen een ontbijt
Dan weten we opeens; het is een heel speciale dag
Het is de Franse nationale Zondag van de Lach
Dus we gaan een eindje fietsen en we groeten iedereen
We lachen en we kletsen en dan laat je me alleen...

's Middags is het Zweden, druppels op de ruit
Dat wij nu uit elkaar zijn maakt me eigenlijk niks uit
Want wat is uit elkaar? De ruimte wisselt keer op keer
Ik ga gewoon naar Duitsland dan zie ik je wel weer...

Weet dat ik je vinden zal
Want jij komt overal
Weet dat ik je vinden zal
Want jij komt overal - jij komt overal
overal - veral - eral - ral - al - l

Aardbeien

Het ruikt hier nog naar aardbeien
heel licht, maar toch
ik ruik het nog

ik ruik nog hoe mijn handen
even raakten aan jouw handen
hoe mijn vingers even kleven bleven
aan jouw witte tanden

hoe de aardbeien aandachtig teder
af werden gebeten
op werden gegeten

en hoe we tijd in lege tellen
om hebben gebogen
uit hebben gezogen

ik snuif nog één verwoede keer
het ruikt hier nog naar aardbeien
maar jij en ik
wij zitten hier niet meer

Man en Moes

Muziek verstaat verhalen vlot
Deint zachtjes op de zee
Drijft kwetsbaar af
Van de bekende kust

Met Man en Moes
vergaan de zorgen
geborgen en in rust

De tijd verstrijkt het water glad
Nadat het heeft gestormd
Liggen we stil
Waar niemand eerder lag

Met Man en Moes
vergaan de zorgen
geborgen en in rust

Drakenlied
(Tekst: Sjoerd Kuyper; muziek: Jan Robijns)

Ze hadden duizend jaar of meer
Gejaagd op draken telkens weer
Ze jaagden al een eeuw of tien
Maar niemand had ooit echt een draak gezien

En toen ze na elf eeuwen nog niks vonden
Dan sporen van grote vuurspuw’nde poten
Tsja, toen werd besloten
Dat draken toch eigenlijk niet bestonden

Ze staakten de jacht, de lol was er af
En de draak stierf uit voor straf!

Wat Zal Men Doen?
(Tekst: Annie M.G. Schmidt; muziek: Man en Moes)

Wat zal men doen, nu Spengler toch gelijk heeft
en trots aller profeten luid vermaan
dit Avondland met grote nadruk blijk geeft
te zullen ondergaan?

Men kan, wanneer men wil, gelukkig leven.
Men bouwe een koel luchtledig om zich heen
om nu en dan een kleine droom te weven.
Het is verrukkelijk. Het is alleen...

zo onsociaal. Maar als men uit principe
de rug toekeert aan ied're nieuwe leuze,
(men kan er niets aan doen, men is het type)
dan blijft er niet veel keuze.

Wanneer ik kind'ren had, zou dit mij troosten.
Vanaf mijn schouders zouden zij misschien
ver of nabij, in 't westen of in 't oosten,
hun morgenland zien.

Breekbaar

Ik zit opgesloten in een glazen kast als ik dans
De mensen kijken licht beschaamd

Ik zie ze kijken naar mijn eenzaamheid
Ik sta het toe
Ik zie ze kijken naar mijn hulploosheid
Ik sta het toe

De mensen knikken, ze beschouwen me als kunst
Ik ben een glazen beeldje en m’n benen zijn het dunst

Ik zie ze kijken naar mijn eenzaamheid
Ik sta het toe
Ik zie ze kijken naar mijn hulploosheid
Ik sta het toe

Ik ben breekbaar, niemand blaast of maakt geluid
Ik ben breekbaar, niemand knijpt er tussenuit
Het is mooi, maar toch absurd, een ieder houdt zijn hart vast
Want ieder ziet het glazen beeldje, dansend in de kast

Sneeuw

Sneeuw zit nu niet enkel in mijn hoofd
Koester de nacht, die mij verdooft
Heb jou van zinnen in je kamer beroofd
Jij bent in de sneeuw gaan staan
De kou trekt op, waar denk je aan?
Kan toch niet zijn, zou je niet gaan?
Kan toch niet waar zijn, je moet gaan

Klok, stil staar ik door de wijzers heen
Verwarming brandt tegen mijn been
Ik blijf hier binnen, we zijn beide alleen
Jij bent in de sneeuw gaan staan
De kou trekt op, waar denk je aan?
Kan toch niet zijn, zou je niet gaan?
Kan toch niet waar zijn, je moet gaan

Als maanlicht blauw valt op de grond
Pak ik de sporen waar jij stond
Dan streel ik de wond
Raak jou, raak mij, raak jou, kan toch niet zijn
Raak jou, raak mij, raak jou, kan er niet bij

Dan valt de dooi weer in...

Gelukkig Maar!

De lichten in de stad verblinden de sterren...
Hoe nietig...
ziet niemand...

De lichten in de stad verblinden de sterren
Met elk een eigen ster
Ziet niemand, niemand, hoe nietig hij is
Gelukkig maar, gelukkig maar, gelukkig maar!

De auto’s in de stad verstoppen de wegen
Met luchtweg nimmer vrij
Voelt niemand, niemand, hoe nietig hij is
Gelukkig maar, gelukkig maar, gelukkig maar!

De mensen in de stad beschrijven hun leven
Met elk een eigen boek
Weet niemand, niemand, hoe nietig hij is
Gelukkig maar, gelukkig maar, gelukkig maar!

Vorst

In de zee op een vlot drijft een kind zonder naam
Geen bestemming of doel, weet niet waar het moet gaan
Weet ook niet hoe het daar ooit terecht is gekomen
Op dat vlot van drie vaten, wat touw en drie bomen

Het kind heeft geen honger, het kind heeft geen dorst
De wind laat hem groeien, de wind maakt hem vorst
Het kind heeft geen honger, het kind heeft geen dorst
De wind laat hem groeien, de wind maakt hem vorst

De zon maakt van het zeewater patronen op het hout
Het kind kan uren kijken naar die lijntjes van het zout

Het kind heeft geen honger, het kind heeft geen dorst
De wind laat hem groeien, de wind maakt hem vorst
Het kind heeft geen honger, het kind heeft geen dorst
De wind laat hem groeien, de wind maakt hem vorst

Het is vorst van zijn vlot, het kind is de baas
Het is vorst en het wenst dat het altijd zo gaat
Het is vorst van zijn vlot, het kind is tevree
Want het waant zich de vorst van het water, de zee

Oud is Nieuw

In mijn kamer woont een meisje dat niet weet
Waarom de vloerbedekking vlekken heeft
Waarom de muur wat witte plekken heeft
Wanneer de bomen voor het raam zijn omgezaagd

Als ze het mij vraagt, wil ik alles graag vertellen
De verhalen ben ik nog niet vergeten
Maar zij hoeft ze niet te weten, al mijn oud is haar nieuw

Ben van de week nog wel heel hartelijk bedankt
Voor de kast die ik had laten staan
Voor de tafel die daar ook zo mooi kon staan
Ze heeft ze roze geverfd, de poten afgezaagd

Als ze het mij vraagt, wil ik alles graag vertellen
De verhalen ben ik nog niet vergeten
Maar zij hoeft ze niet te weten, al mijn oud is haar nieuw

Ik ben er weggegaan en heb ook weer iets nieuws
Mijn nieuwe kamer is wat ruimer
Mijn nieuwe kamer is wat lichter
Ook de geschiedenis is hier voor mij vervaagd

En uit het raam klinkt nu muziek, die daar zo binnen hoorde
Nu ik luister naar de woorden
Weet ik dat zij ze daar anders zal verstaan
En uit het raam klinkt nu muziek, die daar zo binnen hoorde
Nu ik luister naar de woorden
Weet ik dat zij ze daar anders zal verstaan

Als ze het mij vraagt, wil ik alles graag vertellen
De verhalen ben ik nog niet vergeten
Maar zij hoeft ze niet te weten, al mijn oud is haar nieuw...

Dagdromen en Nachtgedachten

In het zonlicht kan ik dromen, dat ik in de wereld sta
Dat ik leef met idealen, ik iets zeg wanneer ik praat
Dat ik dat doe wat ik moet doen, dat er komt wat ik verwacht
Maar die ijle fantasieën, die vergeet ik in de nacht

Want de nacht voedt mijn gedachten, geen licht dat me verblindt
Geen beeld zal me misleiden, totdat de slaap me vindt
Naakt woelend in mijn slaapzak, voel ik wat ik bedacht
Zo zoet als smaakt de dagdroom, zo bitter smaakt de nacht

Naakt woelend in je slaapzak, voel jij wat je bedacht
Zo zoet als smaakt de dagdroom, zo bitter smaakt de nacht
Want de nacht voedt je gedachten, geen licht dat je verblindt
Geen beeld zal je misleiden, totdat de slaap je vindt

Drank

Waar een boot te groot en triest
Mijn opa deed vergeten hoe
Winnaars wonden vechten moe
Verkiest daarom het water

Drank doet beminnen, van binnen zo loom
Boot op de tranen, de wereld een droom

Waar een huis te stil alleen
Mijn oma scherven lijmt de tijd
Witte weggetrokkenheid
Gaat heen over het water

Drank doet beminnen, van binnen zo loom
Boot op de tranen, de wereld een droom

Waar een dag te vroeg ontwaakt
Mijn dierbaren nog zonder slaap
Waarheid week verhuld in gaap
Braakt de nacht het water

Drank doet beminnen, van binnen zo loom
Boot op de tranen, de wereld een droom

Spaar Me

Spaar me, kom me niet te na
Bewaar me, laat me of ik ga
Kun jij wel van me houden?

Ik ruik je trui, je schouder is ook lekker zacht
Jij neemt me mee, waar zou ik slapen gaan vannacht?
De trein rijdt hard, de wind jaagt dwars door al het bos
Ik kijk naar buiten en jij laat me maar niet los

Spaar me, neem me mee op reis
Bewaar me, maar je kent de prijs:
Je moet wel van me houden

Mijn hart klopt sneller, 'k weet niet eens hoe je heet
Adem onrustig en m’n shirt nat van zweet
Ik heb gewacht op iemand precies als jij
Maar nu je hier bent, vraag ik: ‘hou je van mij?’

Spaar me, breng me weer tot rust
Bewaar me, maar als jij me kust
Moet ik wel van je houden...
Moet jij wel van me houden...

Moet ik wel van je houden

Ik Moet Geluk Hebben Gehad

Het was zo mooi vandaag – zo mooi
Ik was alleen vandaag – alleen
Ik heb gelopen vandaag – gelopen
Ik was buiten vandaag – buiten
Het was niet koud vandaag – niet koud
En toch wel fris vandaag – wel fris
Ik moest echt niks vandaag – echt niks
Niks naars te doen vandaag – te doen
Het was erg fijn vandaag – erg fijn
Ik heb gedacht vandaag – gedacht
Ik dacht aan niks vandaag – aan niks
Niks wat ik moet vandaag – ik moet
Wat een geluk vandaag – geluk
Kon ik hebben vandaag – hebben
Heb ik gehad vandaag – gehad
Nou, tot morgen – morgen
Dan maar weer – maar weer
Ja – ja
Morgen
Maar weer

Ik Zoek Je

De wereld ligt een aantal jaren binnen ieders handbereik
Wil je aanspraak, typt: ‘ik zoek je’, de computer neemt een kijk
Koppelt vast wat eerst nog los zat, knoopt twee talen aan elkaar
Kletsen zonder nog te slapen, jongen hier en meisje daar

Je hoort ze zeggen: ‘dit moet fout gaan, must go wrong’
You carry on, ja wagen samen toch de sprong

Vliegtuigdienst doet haast vergeten uitgestrektheid van de zee
Voert geliefden los of samen naar een andere aardkorst mee
De familie wordt onrustig gaat hij straks bij ons vandaan?
Maar dan lachen ze en zwaaien
Want daar komt haar vliegtuig aan

Je hoort ze zeggen: ‘dit moet fout gaan, must go wrong’
You carry on, ja wagen samen toch de sprong

Echte liefde zal lang duren, dus toen kwam daar het besluit
Dat de boy gaat emigreren en het meisje wordt zijn bruid

Nanana…

En of het goed gaat zal wel blijken and it seems all fabulous
World wide connected, overwinning, als alles goed gaat dus

Rozen

Toen jij thuis kwam zat ik in de tuin
Probeerde gedreven rozen te vatten
Met potlood op papier
En je lachte
Ik zuchtte een ‘nu is het klaar’-zuchtje
Keek naar je, zag hoe je keek en je kuchte
Sprak: ‘Meisje, wat ben je toch mooi!’

Ik heb je al mijn schetsen gegeven
Je lachte weer, raakte ze aan
We zijn nog lang buiten gebleven
En de rozen zijn lang blijven staan

Woest Aantrekkelijk

Kijk om je heen, wees verrukt, zie me
En ik lach, en ik lach

Ha ha ha...

Trek mijn aandacht, hou me vast, boei me
En ik blijf, en ik blijf

Beperkt

Zeven heren zeveren, ze zeveren wel weken
En telkens weer vertellen ze, vertellen ze te weten
Vergeten echter, echt vergeten elke keer te leren
De heren, de heren

Vluchten

Koddig vliegt het land voorbij
en dendert er een trein door mij
Het beeld verdraait, niet snel, maar schokt
Geluid ruist wollig, wervelt, mokt
en elk station staat stil - tot fluit
dan reist het beeld de stad weer uit
en zwelt geluid tot ik vervlucht

Voer me mee, langer kan ik hier niet blijven
Voer me mee, naar weer een nieuw station
Ik liet mijn koffer met tradities op mijn oude kamer staan
En koester tijdelijk slechts stralen van de zon

Voer me mee, ik heb geleerd me los te maken
Voer me mee, op naar een nieuw geluk
Goed en kwaad zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar
En maken samen mooie dingen ook weer stuk

Vlucht in herinneringen, zinnen die ik vroeger heb gehoord
Vlucht in verhalen, in het geschreven woord
Vlucht in het monotone ritme van de wielen van de trein
Vlucht in gedachten naar waar straks weer rust zal zijn

Voer me mee, langer kan ik hier niet blijven
Voer me mee, naar weer een nieuw station
Ik liet mijn koffer met tradities op mijn oude kamer staan
En koester tijdelijk slechts stralen van de zon

Vlucht in herinneringen, zinnen die ik vroeger heb gehoord
Vlucht in verhalen, in het geschreven woord
Vlucht in het monotone ritme van de wielen van de trein
Vlucht in gedachten naar waar straks weer rust zal zijn

Goed en kwaad zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar
En maken samen mooie dingen ook weer stuk

Een huis om altijd terug te gaan
Dat heeft voor niemand nog bestaan
Maar kijk me, kijk me aan
Als onze wegen, onze wegen uit elkaar gaan

Perfect

Als een vogel als een vliegtuig vliegt de jongen door de lucht
door z'n hoofd waait eindelijk weer eens de wind
Hij was verdwaald in alle straten daar beneden
waar men hem geweldig vindt

De jongen wil ontsnappen
zoekt naar beelden die goed kloppen
zoekt het moois waardoor de onrust
in z'n hoofd even kan stoppen
Alles perfect, alles voorbeeldig
zodat het denken even staakt
en het z'n hoofd voor even stil maakt

In een theater op de planken lijkt de jongen op de vlucht
in z'n hoofd zit eindelijk nog maar één spel
Hij was verdwaald in alle scenes uit z'n leven
stuk voor stuk geweldig wel

De jongen wil ontsnappen
zoekt naar beelden die goed kloppen
zoekt het moois waardoor de onrust
in z'n hoofd even kan stoppen
Alles perfect, alles voorbeeldig
zodat het denken even staakt
en het z'n hoofd voor even stil maakt

Tussen artikelen en data slaakt de jongen nu een zucht
in z'n hoofd zit eindelijk een goed verhaal
Hij was verdwaald in alles wat hij wilde weten
een warhoofd...en geniaal

Kijkt hij om acht uur naar 't journaal
voelt hij zich moedeloos en klein
in de onvolmaakte wereld
die perfect had moeten zijn
Maar dan pakt hij zijn agenda
reserveert hij een hotel
En hij beseft dat hij zijn wereld
zo kan maken als hij wil

Stil, zo stil...

De jongen wil ontsnappen
zoekt naar beelden die goed kloppen
zoekt het moois waardoor de onrust
in z'n hoofd even kan stoppen
Alles perfect, alles voorbeeldig
zodat het denken even staakt
en het z'n hoofd voor even stil maakt

Stil, zo stil...

Als een vogel als een vliegtuig vliegt de jongen door de lucht
door z'n hoofd waait eindelijk weer eens de wind

Valse Hond

Een aarzeling is dodelijk
En huilend over straat dat is funest
Eerst komt de ferme tred
De kleding doet de rest

Hé, hoe gaat het?
Goed hoor! En met jou?
Ook goed hoor! Leuk je weer te zien!
Ja leuk! Ik zie je wel weer, ik moet weer door...

Een valse hond achter me aan
Valt het stil; valt hij me aan?
Moet als ik val gelijk weer staan
En lopen, doorgaan, doorgaan, kijk niet om
Kalm aan

Ik ken geen mens hier
Dus ik ben alleen
En in gedachten ren ik
Roep: Waar moet ik heen?

Een valse hond achter me aan
Valt het stil; valt hij me aan?
Moet als ik val gelijk weer staan
En lopen, doorgaan, doorgaan, kijk niet om
Kalm aan

Dan kruip ik naast je in het bed
Mijn hoofd rust zachtjes op je arm
Het ruikt vertrouwd, mijn voeten
Worden langzaam warm

Dan voel ik dat ik huilen mag, dat ik
Niet meer hoef te doen of ik wat weet
Voelt het zo goed dat ik vergeet
Dat er buiten een valse hond op me wacht
Dus die stoort me niet vannacht
Nee, die stoort me niet vannacht

Zonderbuik

Ik ben mijn buik kwijt
Hij zwerft ergens door de nacht
Ik eet niet meer
Ik wacht

Zonder buik blijft de koelkast vol, schimmelt het brood
Blijft de afwaskwast droog, blijf ik hier
Heb mijn lijf op het bed gelegd, half in de zon
en ik voel hoe het zweeft tussen vloer en plafond

Ik ben mijn buik kwijt
Hij zwerft ergens door de nacht
Ik eet niet meer
Ik wacht

En mijn buik maakt een wandeling door de natuur
Heeft zijn buik vol van baksteen, beton
Daarmee bouwt het een huis tussen varens en mos
in het bos op een plek ergens half in de zon

Ik ben mijn buik kwijt
Hij zwerft ergens door de nacht
Ik eet niet meer
Ik wacht

Kom je thuis je moet eten buik, ik ben half dood
Kom dan vang ik je op in mijn schoot
En we wandelen lang en we vinden een huis
En daar eten we samen en dan zijn we thuis

Ik ben mijn buik kwijt
Hij zwerft ergens door de nacht
Ik eet niet meer
Ik wacht

Verstomd - of - Vaag taalgebruik (geen suggesties)

Als je stil bent, heel goed luistert
Hoor je in mijn hoofd mijn gedachten
Hoor je wat ik zeg met mijn ogen
Stilte heeft nog nooit gelogen

Wanneer gebabbel zal verstommen
Wanneer de oppervlakte breekt
Heb je een opening gevonden
Waardoor je zonder woorden spreekt

Praat toch niet tegen de stilte
Praat toch niet om uit te leggen
Praat toch niet met zoveel woorden
Maar praat zonder de woorden echt te, echt te, écht te zeggen

Koffiezetapparaat

Dag, ik lust wel iets te drinken
Ach, u weet al hoe dat gaat?
Jawel, ik ken de procedure
Wacht, ik start het apparaat

Wilt u koffie, wilt u thee?
Thee
Wilt u suiker, ja of nee?
Nee
En drinkt u hier, of neemt u mee?
Mee

Dan mag u hier nu even tekenen
dat is meteen in drievoud
Het is daarbij gebruikelijk
dat ik daar één van hier houd
De tweede is voor het loket
waar u uw thee of koffie haalt
De derde stuur ik naar de kas
waar u dan straks betaalt

Wacht…

Ach ja, en heeft u ook nog koekjes?
Ja, ook die hebben we hier
U kunt ze zelfs bij mij bestellen
met het koekjesformulier

Even kijken, groot of klein?
Klein
Hoeveel mogen het er zijn?
Een
En wilt u er nog wat omheen?
Ja, fijn!

Dan mag u hier nu even tekenen
dat is meteen in drievoud
Het is daarbij gebruikelijk
dat ik daar één van hier houd
De tweede is voor het loket
waar u uw koek of koekjes haalt
De derde stuur ik naar de kas
waar u dan straks betaalt

Wacht…

Ach ja, ik moet ook nog een krantje
Iets te lezen, weet u wel?
't Kan wèl zeven dagen duren
Wilt u dat ik het bestel?

Zeven dagen voor een krantje?
Zeg, dan is mijn thee al koud
Nee, dan is het toch maar beter
als u uw thee en koekjes houdt!

Tsja, het is de procedure...
Alles terugdraaien? Dat kan
Maar de juffrouw bij de kas
die krijgt daar stuiptrekkingen van!

Maargoed, u wilt dus niet betalen
Nou, dat moet met dit papier
Want dit is het algemene
annuleringsformulier

Dus u wilt geen thee?
Nee
En dus ook geen koek?
Nee
En u weet het echt heel zeker?
Echt heel zeker

Dan mag u hier nu even tekenen
dat is meteen in drievoud
Het is daarbij gebruikelijk
dat ik daar één van hier houd
De tweede is voor het loket
waar u dus niets, nee niets meer haalt
De derde stuur ik naar de kas
waar u dus niets betaalt

Wacht…

Ach ja, die juffrouw bij de kas
die vreet zichzelf daar nog eens op
Zij vat ook elke annulering
altijd zo persoonlijk op

Ja, het dan ook wel triest
Er komen weinig mensen daar
De laatste die er wat betaalde
kwam januari vorig jaar

Maargoed, dat is ook uw probleem niet
Ik moest het enkel even kwijt
Nog een hele goede dag gewenst
En dank u voor uw tijd!

Hetzelfde geldt voor u!
Zeg, jeemineetje, wat een rij!
Ja, het is een druk bestaan hier
maar na vijven zijn we vrij!

Vaarwel, Mijn Oude

Ik wist het reeds in den beginne
’t Was vooraf te betreuren
Vroeg of laat kwam toch die dag
’t Zou een keer gebeuren

Met elke regel inkt op schrift
Naderde het eind
Met lange kennismakingen
Heb ik u ondermijnd

Ras, of zeker toch gestaag
Groeiden wij naderbij
Dat mijn groot woord u nu vermoordt
Is werk’lijk zwaar voor mij

Zelden meer zal ik u zien
U staat mij nimmer bij
Waar u mij vroeger volgd’
Een nieuw’ling staat nu aan mijn zij

En zie ik u dan toch een dag
Laat ik wellicht een traan
Ofschoon de trouw die ons verbond
Nooit waarlijk weg zal gaan

Als laatste blijk van dank wellicht
Was dit gedicht geheel en al aan u gericht
Vaarwel, mijn oude dingenschrift
Vaarwel

Herinneringen aan het derde Dingenschrift

...Uit!


Moes Wagenaar © 2000-2007. Alle rechten voorbehouden.